Welk voer geef je tuinvogels in november en hoeveel vetbollen hang je op in een tuin

Welk voer geef je tuinvogels in november en hoeveel vetbollen hang je op in een tuin

In november geef je tuinvogels het best zonnebloempitten, ongezouten pinda's en vetbollen zonder netje. In een gemiddelde tuin hang je twee tot drie vetbollen op, verspreid over verschillende plekken, zodat de vogels elkaar niet in de weg zitten. Voeren hoeft nog niet elke dag, maar zodra het vriest of de grond hard wordt, zijn ze blij met een betrouwbare voedselbron.

Welk voer past bij welke vogel?

Vogels hebben niet allemaal dezelfde voorkeur. Zonnebloempitten, vooral de zwarte, worden graag gegeten door mezen, vinken en groenlingen. Pinda's en vetbollen zijn favoriet bij koolmezen, pimpelmezen en boomklevers. Merels en lijsters zijn minder geïnteresseerd in zaden en eten liever rozijnen of gesneden appels en peren die je op de grond legt. Een roodborst is meestal tevreden met meelwormen of een handvol vetzaadmix. Zo trek je met een paar soorten voer een grote variatie aan vogels aan.

Wat je liever niet geeft

Geef geen brood, want dat zwelt op in de maag en bevat te weinig voedingsstoffen. Zout voer, zoals gezouten pinda's of resten van de keuken, is schadelijk. Vetbollen in een plastic netje zijn riskant, omdat vogels met hun poten of snavel in het net kunnen blijven hangen. Kies liever vetbollen zonder netje en hang ze in een houder, of maak ze zelf van kokosvet met zaden. Gebruik daarbij geen vet van gebraden vlees.

Hoeveel en waar?

Reken voor een tuin van 50 tot 100 vierkante meter op twee tot drie vetbollen en een voederhuisje met zaden. Een handvol zaden per dag is genoeg voor een kleine groep vogels; als de voederplek binnen een dag leeg is, kun je iets meer geven. Hang het voer op een plek die beschut is tegen de wind en op minstens twee meter van de grond, dichtbij een struik waarin vogels kunnen schuilen. Zet voerplekken niet vlak bij een raam waar vogels tegenaan kunnen vliegen. Houd katten uit de buurt door de voederplek niet te dicht bij een afdakje of schutting te plaatsen waar ze kunnen springen.

Rekenvoorbeeld voor de winter

Een vetbol van ongeveer 90 gram is bij twee à drie mezen binnen vier tot zes dagen leeg. Hang je drie vetbollen op, dan heb je in een winter van vier maanden grofweg 60 tot 90 stuks nodig als je ze continu laat hangen. Dat loopt in de papieren, dus begin met een kleine voorraad en breid uit als je merkt dat er veel vogels komen.

Een tuin die vogels helpt

Voeren is maar een deel van het verhaal. Vogels zoeken ook beschutting en insecten. Laat in de herfst een deel van het blad liggen en maak bijvoorbeeld een bladhoop voor overwinterende egels, waar ook insecten in leven die door lijsters en roodborstjes worden gegeten. Planten zoals vuurdoorn en sneeuwbes dragen bessen die in de winter van pas komen. En wie nu narcissenbollen per vierkante meter planten wil voor het voorjaar, doet dat het best in dezelfde oktobermaand waarin je de tuin winterklaar maakt.

Water en hygiëne

Zet naast het voer een ondiepe schaal met vers water neer en haal ijs er in de vorst af. Maak voederhuisjes elke week schoon met heet water en droog ze goed, want vuil voer kan ziektes verspreiden. Verwijder oud, nat voer meteen. Een schone voederplek is een veilige voederplek.

Wie in november begint met voeren, kan tot het einde van het voorjaar blijven doorgaan, maar stop liever niet halverwege de winter, want vogels raken gewend aan een vaste plek.